Hij gaf me een tweede kans

Hij gaf me een tweede kans

BARNEVELD Ze verdiende haar sporen als secretaresse bij meerdere bedrijven en staat relatief fris ten opzichte van de politiek. Mona Tamaela (55) staat zesde op de verkiezingslijst van Lokaal Belang en hoopt dat ze kans maakt op een zetel in de gemeenteraad. De Molukse opvoeding gaf haar een goede basis voor het leven, vindt de Barneveldse.

U bent geboren in opvangkamp De Biezen tussen Lunteren en Barneveld, waar veel personen van de eerste generatie Molukkers kwamen te wonen. Kon uw familie snel wennen?

,,Mijn opa regelde heel veel voor het Molukse volk, omdat hij tot de weinige mensen behoorde die goed Nederlands sprak. Ik ben supertrots op hem dat hij dingen als geboorteaangiftes kon regelen met de burgemeester van Barneveld, zodat de bewoners niet naar de gemeente Ede hoefden. In Barneveld zijn er overigens nog maar twee mensen van de eerste generatie in leven. Mijn opa heeft er ook voor gezorgd dat op de Barneveldse begraafplaats een Moluks gedeelte kwam. En van alle Molukse wijken in Nederland, is Barneveld de enige die dat heeft. Ik ben megatrots op die man!”

Hoe omschrijft u de Molukse opvoeding die u kreeg?

,,Ik kom absoluut uit een warm nest. Ik heb één broer en we konden alles met onze ouders bespreken, maar wel met de afspraak dat dit binnen de muren van ons huis zou blijven. De opa en oma van mijn moeders kant waren er ook altijd bij. De familieband is heel waardevol. Elk jaar hebben we nog een neven- en nichtendag, dat is één groot feest. Thuis spraken we Maleis, maar zette je één stap buiten de deur dan werd er gewoon Nederlands gesproken. We moesten ons aanpassen aan deze samenleving en verder geen gezeur. Ik ben tot nu toe nog nooit naar de Molukken geweest, ook al kan ik daar prima bij familie terecht. Ik heb daar blijkbaar weinig behoefte aan.”

Wat vonden uw ouders belangrijk voor uw leven?

,,We kregen de Molukse normen en waarden mee. Respect hebben voor anderen en goed luisteren. Dat is voor mij weleens een uitdaging, omdat ik soms mijn mening er iets te snel uit flap. Meestal kom ik daar dan wel op terug en zeg ik sorry, dat ik te snel was met mijn reactie. Ik vind het ook fijn als mensen dat in mijn richting doen.”

IN COMA Bent u kerkelijk opgevoed?

,,Ja. Ik ben belijdend lid van de Moluks Evangelische Kerk, al ga ik niet elke zondag naar een dienst. Ik geloof absoluut. We bidden en danken voor het eten. Voordat ik naar bed ga, bid ik tot de Heer en dank ik Hem dat ik gezond de dag door mag brengen. Ook in de ochtend doe ik dat. Dat is geen ritueel, maar een oprecht gebed. Je staat ermee op en je gaat ermee naar bed, dat is me ingeprent.”

Uw persoonlijke geloof kwam van pas toen u solliciteerde bij het Nederlands Dagblad, vermoed ik?

,,Ja, daar heb ik twaalf jaar gewerkt. Ik weet nog dat ze me wilden aannemen, maar dat ze onderling stevig over mij vergaderden, omdat ik geen lid van de vrijgemaakt gereformeerde kerk was. Toen heb ik gezegd dat ik belijdend lid van de Molukse kerk was en donders goed wist wat er in de Bijbel staat. Die man stond met zijn mond open naar me te luisteren en daarna werd ik aangenomen. Ik heb respect voor alle kerken, maar er is maar één Heer. Ik geloof op mijn manier.”

Geeft het persoonlijke geloof u kracht?

,,Ja. Ik zeg altijd dat ik een jaar jonger ben als mensen naar mijn leeftijd vragen. Want in 1993 heb ik een verkeersongeluk gehad en lag ik vijf dagen in coma. Daar zat ook mijn verjaardag tussen. Het is gelukkig allemaal goed gekomen. Ik had een zwaar hersenletsel en mijn lever was beschadigd, maar ik ben er niet als een kasplantje uitgekomen. Als je zoiets meemaakt, sta je stil bij het feit dat de Heer blijkbaar plannen met me had. Hij gaf me nog een tweede kans.”

Het leven is blijkbaar kostbaar in uw ogen. Hoe kijkt u naar een thema als euthanasie?

,,Als je gelovig bent, kun je eigenlijk geen euthanasie plegen, want je mag niet voor eigen rechter spelen. Maar als je erg ziek bent en veel pijn hebt, wat dan? Dat vind ik echt heel ingewikkeld en moeilijk. Bij sommige onderwerpen liggen de antwoorden niet voor het oprapen.”

Gelooft u in een leven na de dood?

,,Ja, want toen ik uit mijn coma kwam, stond er een vriendin naast mijn bed. Haar moeder was vier jaar voor die tijd overleden en het eerste wat ik spontaan tegen haar zei was: ‘Je moet de groeten van je moeder hebben en het gaat goed met haar’. Ik kon me dat later niet meer herinneren, maar die vriendin zei dat ik dit gelijk heb gezegd.”

Inspireert het geloof u om een liefdevol en sociaal persoon te zijn? En hoe kijkt u aan tegen goed en kwaad?

,,Ik heb geleerd om mensen te helpen als dat kan. Dat probeer ik nog steeds, ook in mijn werk. Ik sta afdelingshoofden bij met raad en daad. Hierbij is het belangrijk dat je goed overlegt en ik wil mensen zoveel mogelijk vriendelijk te woord staan. Goede communicatie is het allerbelangrijkste.”

U was secretaresse bij het Nederlands Dagblad en werkte daarna bij bedrijven als Shell en Tennet. De laatste vier jaar bent u in dienst bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) in Utrecht. Is dit een nuttige organisatie in uw ogen? Ook als het gaat om alle suiker die producenten blijkbaar aan heel veel verpakt eten toevoegen? En kan de politiek daar niks aan doen?

,,Het gaat bij dit bedrijf om de veiligheid van ons eten. Dat is goed voor de mens en de samenleving. Ik vind het een heel leuke organisatie en mag niks over de werkwijze zeggen, want daar heb ik voor getekend.”

FRISSE GROEP Was u altijd al geïnteresseerd in de politiek?

,,Dat is ontstaan. Dick van Rheenen was in Barneveld vele jaren actief in de politiek en ik ken hem heel goed. Hij was de grondlegger van Burger Initiatief (B.I.) en vroeg me om mee te doen met deze lokale partij. Zo ben ik als lijstduwer de politiek ingerold. Toen Lokaal Belang opgericht werd, belden ze me om mee te helpen. Het is een hele frisse groep mensen.”

Waarom gaf u hier de voorkeur aan en klopte u niet aan bij een landelijk bekende partij?

,,Daar heb ik nooit bij stilgestaan. Bij Lokaal Belang is een grote diversiteit aan mensen. Er zijn evenveel mannen als vrouwen, kerkelijk en niet-kerkelijke leden, progressieve en conservatieve personen. We hebben veel respect voor elkaar en luisteren goed naar elkaar. We willen alles voor de samenleving doen. 

Ik sta op de zesde plek van de verkiezingslijst, terwijl de fractie momenteel vier zetels in de gemeenteraad heeft. Ik wil niet te hoog van de toren blazen, maar ik zou het erg leuk vinden als ik nu in de raad kan komen. Dan word ik in het diepe gegooid en dat vind ik wel spannend, want ik heb nog geen commissies gevolgd. Dus mocht het gebeuren, dan heb ik wel als voorwaarde gesteld dat ik goed begeleid wordt.”

Voor welk onderwerp zou u zich graag willen inspannen?

,,Wat mij aan het hart gaat is de culturele sector. Daar wil ik me graag voor inzetten. Zo weet ik dat het slecht gaat met het Oude Ambachten en Speelgoed Museum in Terschuur. Ik hoop in die hoek veel werk te kunnen verzetten en ben blij dat de horeca weer langer open kan blijven. Ik woon midden in het centrum van Barneveld en vind het leuk dat ik hier weer wat geroezemoes hoor. Ik ben ook bestuurslid van de Oranjestichting. We konden natuurlijk al twee jaar geen Koningsdag organiseren. Daarom hopen we dat we het dit jaar wel kunnen vieren, want het is zo sneu voor de bevolking.”

NAT KING COLE Welk liedje schiet u het eerst te binnen, ook vanwege de mooie tekst?

,,Dat is ‘Mona Lisa’ van Nat King Cole, want dat zong mijn vader vroeger altijd voor mij. Ik ben opgegroeid met jazzmuziek. Thuis luisterden we ook veel naar zangers als Frank Sinatra. Zelf vind ik ook artiesten als Lenny Kravitz geweldig.”

Dan zie ik ineens twee lijntjes die je misschien aan elkaar kunt knopen. Want Lenny Kravitz sluit zijn concerten vaak af met zijn iconische doorbraaksong ‘Let love rule’. Kun je zeggen dat je vader met ‘Mona Lisa’ indirect in jouw richting liet weten dat hij heel veel van je hield?

,,Absoluut! Mijn vader kwam plotseling te overlijden toen ik zelf in Italië op vakantie was. Mijn oom belde me op met deze boodschap, terwijl ik juist naar het liedje ‘Michel’ van Anouk luisterde. Wanneer ik dit nu weer hoor, associeer ik het met dat verdrietige bericht. Dat is dan niet leuk. Dan hoor ik natuurlijk veel liever ‘Mona Lisa’. Mijn broer en ik zijn heel liefdevol opgevoed. Er was altijd tijd voor een knuffel en een dikke kus. Aan de kant van mijn vader waren er in de familie heel veel jongens en bijna geen meisjes. Daarom voelde ik me heel speciaal en werd ik erg verwend. Maar ik denk niet dat ik daar slechter van geworden ben, al weet ik niet wat anderen van mij vinden natuurlijk. Ik kan af en toe stevig uit de hoek komen, maar ben ook heel lief.”

Freek Wolff

Bron : barneveldsekrant – Mona Tamaela

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.