‘Tante Ineke’ uit Wierden draagt haar Molukse achtergrond met trots: geen woorden maar daden, in Nederland én op Ambon

‘Tante Ineke’ uit Wierden draagt haar Molukse achtergrond met trots: geen woorden maar daden, in Nederland én op Ambon

ALMELO – Integratie. Ineke Patty vindt het maar een raar woord. „Wat is dat dan, die integratie? En wat moet ik daar dan nog voor doen? Ik ben in Nederland geboren. Ik spreek het Twentse dialect. Ik ben een diehard Feyenoord-fan, die elke thuiswedstrijd in de Kuip te vinden is. En dan nóg, na 70 jaar, vragen mensen aan me: ‘waar kom je vandaan?’. En nog stééds moet ik uitleggen dat ik geen treinkaper ben. Echt, daar kan ik me zó boos over maken.”

Ze zou willen dat op scholen meer aandacht wordt besteed aan de geschiedenis van de Molukkers. „Ik ben ervan overtuigd dat dit soort reacties een kwestie van dommigheid en onwetendheid is. Daar moet het onderwijs echt mee aan de slag. Dan hoef ik het niet steeds zélf uit te leggen.”

Ineke Patty wil graag benadrukken dat dergelijke negatieve reacties in haar woonplaats Wierden niet voorkomen. Daar is het ‘ons kent ons’ en is de Molukse gemeenschap volwaardig onderdeel van het dorp.

Aankomst op de Asturias

Haar ouders kwamen op 17 mei 1951 met het schip Asturias naar Amsterdam. „M’n oudste broer Dicky was toen nog maar 3, 4 maanden oud. Mijn ouders kregen in Nederland nog zes kinderen, drie meiden en drie jongens. Ik ben in Hellendoorn geboren. Mijn moeder lag daar in het sanatorium omdat ze TBC had. Terwijl mijn moeder in het sanatorium kuurde, werd ik naar het ziekenhuis in Almelo gebracht, waar ik verzorgd werd door de verpleegsters. Samen met mijn familie heb ik tot juni 1973 in kamp Vossenbosch in Wierden gewoond. We waren één van de laatste gezinnen die uit het kamp vertrok. Mijn vader wilde niet. ‘Ik ga hier alleen weg als ik weer terug naar huis kan’, zei hij.”

En met thuis bedoelde hij Ambon. „Destijds kon ik zijn starre en standvastige houding niet zo goed begrijpen. Nu wel. Hij heeft het zo vaak gezegd: ‘straks lig ik hier in Nederland onder de appelboom, maar ik hóór thuis onder de palmboom.’”

Sinds 2004 heb ik me gesetteld in de Molukse wijk in Wierden en dat bevalt me uitstekendIneke Patty

Haar vader omschrijft Patty als een man met een grote bek en een klein hartje. „Hij werkte als verpleger in kamp Vossenbosch, en werkte samen met de Wierdense huisartsen Beens en de Vries. Er was in het kamp een ziekenzaaltje, maar mensen kwamen ook bij ons thuis langs om een spuitje te halen. Ik weet nog dat mijn vader die spuit niet voorzichtig in de huid duwde, hij gooide die in de bovenarm. Mijn tijd in het kamp was een goede tijd. Ik ging naar school en na schooltijd vaak naar de korfbal. Tot m’n achttiende heb ik in kamp Vossenbosch gewoond. Daarna ben ik op kamers gegaan. Zo kon ik geld sparen om te reizen. Peru, Oeganda, Honduras, Guatemala, Maleisië, Thailand…..ik ben op zóveel plekken op de wereld geweest. Sinds 2004 heb ik me gesetteld in de Molukse wijk in Wierden en dat bevalt me uitstekend. Er zijn geen nadelen om in de Molukse wijk te wonen. Er is positieve sociale controle en veel behulpzaamheid onderling. De derde generatie Molukkers noemt me tante Ineke, de vierde generatie oma Ineke.”

ROC van Twente

Sinds 1 februari 2020 ben ik met pensioen. Ik heb bijna 30 jaar bij het ROC van Twente gewerkt. Ik begon er als administratief medewerkster en later regelde ik de buitenlandse stages en excursies voor de studenten. Dat sloot mooi aan bij mijn liefde voor reizen. Soms moest ik in het buitenland stageplekken checken en ik ben ook eens twee studenten te hulp geschoten die in de problemen zaten in Amerika. Ze waren in een verkeerde buurt terechtgekomen. Ik reisde af om hen te kunnen helpen.”

De laatste tien jaar van haar loopbaan werkte ze op het Sportbureau. „Leerlingen worden op het ROC van Twente gestimuleerd om te sporten, krijgen daar ook studiepunten voor. Een keer in de week moeten ze een uurtje sporten. Ze hebben keuzes uit zwemmen, de sportschool, wandelen of fietsen. Aan het eind van het schooljaar mogen ze, tegen een kleine betaling, een sport kiezen; onder andere paragliden, zweefvliegen of karten.

Feyenoord voor het leven

Ik ben Feyenoordfan in hart en nieren. Geen woorden maar daden, dat is mijn lijfspreuk. Elke thuiswedstrijd ga ik met de trein naar De Kuip. Ik heb er een vaste sta-plek, achter de tunnel waar de spelers uitkomen. Daardoor kom ik regelmatig op tv. Voetbal is mijn uitlaatklep. In De Kuip kun je vloeken, daar mág je vloeken. Ik kan er al mijn emoties uiten en schreeuw er m’n longen uit het lijf. Heerlijk!”

Vrijwilligerswerk

De laatste jaren ga ik elke zomer zes weken naar Ambon. Ik geef er Engelse les aan kinderen. Ik ben m’n ouders nog altijd dankbaar dat ze me Maleis hebben leren spreken. Daardoor kan ik nu goed aansluiting maken daar. Nu ik met pensioen ben zou ik langere tijd naar Ambon kunnen. Daar denk ik over na. Lesgeven aan kansarme kinderen, dat doe ik met liefde. Voor hun toekomst.

Naar huis

„Mijn vader is in Nederland begraven. Dat kon in die tijd niet anders en dat was heel pijnlijk. Nu worden steeds meer mensen gecremeerd en uitgestrooid. Ik heb een nichtje die met vier urnen op reis is gegaan naar Ambon om familieleden naar huis te brengen. Daar denk ik de laatste tijd veel over na. Mijn wens is om de helft van mijn as uit te strooien boven De Kuip en de andere helft in het dorp van herkomst op Ambon. Daar ga ik binnenkort met mijn broers over praten.” 

Bron : Tante Ineke uit Almelo

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.