‘Motukker’ Marcel trekt aan touwtjes in Wierden: ‘Meteen dacht ik: wow, hier ken ik ’t van vroeger’

‘Motukker’ Marcel trekt aan touwtjes in Wierden: ‘Meteen dacht ik: wow, hier ken ik ’t van vroeger’

WIERDEN – Hij zag de vacature, en binnen vijf seconden was hij verkocht. „Ik doe ’t, ik ga solliciteren”, wist Marcel Klos (48). Nu is de ‘Motukker’ sinds februari gemeentesecretaris van zijn geliefde Wierden.

Hij kon ’t niet aftellen, als jongen uit de Enschedese Stroinkslanden, tot hij weer naar de Molukse woonwijk in Wierden mocht. Daar woonde zijn familie. Hij kwam er om het weekend en langer in vakantieperiodes. „Als kind had ik altijd wel de hunkering om weer naar die Wierdense buurt te gaan. In mijn herinnering was ik er altijd, bij opa, oma, oom, tante, neven en nichten.”

Zijn vader noemt hij een onvervalste Tukker, uit Almelo afkomstig. Bij de opleiding tot verpleegkundige in Enschede ontmoette hij Klos’ moeder – net zeventien, Moluks en opgegroeid in Wierden – en ze werden verliefd op elkaar.

„Het zat me nooit in de weg. Ik was een geluksvogel die in twee culturen opgroeide. De Nederlandse in Enschede en de Molukse in Wierden. Zo kreeg ik ‘the best of both worlds’ mee. In Enschede was ik één van hier, maar in Wierden evengoed.” Hij tooit zich nu graag met de eretitel ‘Motukker’.

Voortdurend een zoete inval

Toch was het in Enschede afstandelijker. „Elk kind werd om vijf uur ’s middags naar binnen geroepen, om te eten. Dan verdween iedereen achter de eigen deuren. Terwijl je in de Molukse wijk van Wierden áltijd met elkaar buiten op straat aan het spelen was. Overal kon je naar binnen. Niets zat op slot. Voortdurend een zoete inval. Het familiaire leven was er heel sterk. Het draaide om eten en samen zijn. De feesten bleken uitbundig, bruiloften duurden dagen in een enorme feesttent. Die sociale samenhang vond ik erg prettig. Oh wow…, je voelde je hier in Wierden één grote familie. Een ontzettend leuke jeugd.”

Ik heb nog steeds het beeld voor ogen van al die vrouwen in kleurige sarongs en grote pannen op hun hoofdMarcel Klos, gemeentesecretaris

De Molukse taal, het Maleis, beheerste het Enschedese jongetje binnen de kortste keren. „Je moest wel, want al die oudjes van de eerste generatie konden niet zo goed Nederlands. De wijk was toen compleet anders. Ik heb nog steeds het beeld voor ogen van al die vrouwen in kleurige sarongs en grote pannen op hun hoofd. Met m’n neven en nichten praatte ik onderling gewoon Nederlands. Daar wees m’n opa ook voortdurend op. Hij was er fanatiek in, hoor. Nederlands spreken, goed studeren, niet blijven hangen en er wat van maken.”

Enorm opkijken tegen opa

Natuurlijk werd z’n grootvader als KNIL-militair weggeplukt van de Molukken. „Hij belandde hier midden in de winter met z’n gezin in een kamp, en later in Wierden in Vossenbosch, en van daaruit gingen ze als een van de eersten naar de Molukse woonwijk. Daar zaten ze dan. 

Maar goed, ik keek altijd enorm op tegen m’n opa. Gewoon een slimme, wijze en rustige man. Hij had zich er bij neergelegd: dit is het, ook goed. Alle kleinkinderen kregen ’t te horen. Natuurlijk liggen je wortels op de Molukken, dus mag je ook weten van de RMS – de Republiek der Zuid-Molukken – en alles wat daarom heenhangt. Dat is iets wat in je DNA zit. Maar je zit hier en je zorgt maar dat je echt je best doet.”

De treinkapingen door Molukse jongeren in de jaren 70 maakte Klos niet bewust mee. „Ik zat nog op de kleuterschool. Ik hoorde echter later wel van m’n moeder dat opa haar toen in paniek opbelde: ‘Haal Marcel van school, straks doen ze hem wat aan’.  Maar ik was in Enschede de enige Molukker in de klas en ik werd geaccepteerd. Dat speelde niet. Ik was gewoon één van hen.”

Dicht bij huis en haard

Hij was zes jaar gemeentesecretaris in het Gelderse Brummen, waar hij al sinds 2007 als manager werkte. „Een supertijd, een prachtige organisatie als hoogste ambtenaar opgebouwd waar de inwoners echt centraal staan. Maar dan kijk je eens rond in je werkkamer en denk je: ‘Oké, en nu?’. Er werd wel eens achter me aan gevist. Door Barneveld bijvoorbeeld, veel te groot voor me en ook te ver weg.”

„Ik blijf natuurlijk een geboren en getogen Motukker, en we wonen met ons gezin in Deurningen. Dus als ik zou vertrekken uit Brummen, werd het een terugkeer naar Twente. Dicht bij huis en haard. Maar na 26 jaar kan ik me nog steeds geen mooier werk dan bij een gemeente voorstellen. Ik wil graag iets dienend voor de samenleving doen.”

Toen Wierden een nieuwe gemeentesecretaris  bleek te zoeken, was ’t meteen bingo voor Klos. „Wow, dat ken ik van vroeger. Ik bezocht ’t af en toe, dan kwam ik niet verder dan zorgcomplex De Botterhof waar m’n oudste tante woont. Voor m’n sollicitatiegesprek reed ik, ter voorbereiding, even door het dorp. In mijn beleving bestond het centrum uit slechts een paar winkels.

Ik keek m’n ogen uit wat er allemaal was aan voorzieningen. Wel bijzonder dat veel Wierdenaren het zelf niet zien, want het is fantastisch. De dorpen, de buurtschappen, de bedrijventerreinen, het buitengebied, de natuur. We staan niet zomaar op nummer 12 op de Elsevierlijst met mooiste gemeenten om te wonen in het land. Er zijn heel wat plaatsen die het minder doen dan ons, kan ik je vertellen.”

Dadelijk thuis voelen op Ambon

Hij bezocht in 1997 eenmaal het geboorte-eiland Ambon van z’n grootouders. Ruim twee weken achtereen. „Ik kende de verhalen van m’n moeder, die er vanaf de jaren 80 geregeld kwam. Dan keerde ze terug met filmpjes, weet je wel, echt Tante Lien-achtig. Daar zat ik nog helemaal in toen ik met het vliegtuig in Jakarta landde. Het eerste wat ik hoorde, na m’n aankomst, waren minaretten van moskeeën en ik zag overal vrouwen in burka’s. Wel even een onverwachte cultuurshock: hè, wat is dat? Maar ’t is het grootste moslimland van de wereld. Alleen kende ik dat niet van mijn moeders filmpjes.”

Hij stapte een paar dagen later uit op het vliegveld van Ambon-Stad. „Er gebeurde iets heel geks. Ik voelde me meteen thuis. Door de geur, de muziek, de mensen die er liepen. Het deed denken aan de Molukse wijk in Wierden van vroeger. 

Wow, dacht ik, dit is wel een heel apart stukje wereld in Indonesië. Ook al kan je nergens open over praten, en helemaal niet over de RMS. Als familieleden van daar ons bezoeken, willen ze naar het graf van opa en oma. Dan doen ze hun hand over het RMS-vlaggetjes dat op iedere steen staat. Want dat kunnen ze thuis niet tonen.”

Klos kreeg nauwelijks de kans zich er thuis te voelen. „Ik werd meteen in een geblindeerd busje gegooid. Wat krijgen we nou?, dacht ik. Naar het politiebureau: ‘Je komt uit Nederland en wie bezoek je hier?’ De volgende dag moest ik me nog eens met m’n familie melden. Dan voel je op z’n minst een beetje verdacht. Maar een fantastische tijd verder. Ik werd opeens helemaal twintig jaar teruggeworpen. Dan denk je: oja, zo was het eerder ook in Wierden. Gelukkig was het net voordat daar de pleuris met de moslims uitbrak, de burgeroorlog die veel familieleden en bekenden het leven kostte. Altijd zal echter de drang blijven bestaan nogmaals Ambon te bezoeken. Ook mijn kinderen hebben dat, al zijn ze maar een kwart Molukker. Want toch ligt daar een stukje van hun ‘roots’.”

Bron : https://www.tubantia.nl/wierden/motukker-marcel

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *